Welke rol speelden de Britten?

Om hun doelstellingen te bereiken zochten de zionisten steun bij de grote mogendheden, die het Midden-Oosten beheersten of het wilden koloniseren.
Eerst het Ottomaanse Rijk, later Duitsland, Frankrijk en Groot-Britannië.

Van de Ottomanen kregen ze nooit veel hulp.
Van Groot-Britanië konden ze meer hulp verwachten.
Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog wilden de Britten zelf maar al te graag het strategisch belangrijke Palestina van de Turken overnemen.
Het Ottomaanse Rijk was in verval en de koloniale grootmachten stonden te popelen om het onder elkaar te verdelen.
Ook de meeste Arabieren wilden af van Istanbul.

In 1915 beloofden de Britten aan de leiders van de Arabische nationalistische beweging een grote onafhankelijke Arabische staat.
Het zou echter helemaal anders uitdraaien.
In 1916 sloten Groot-Britannié en Frankrijk het Sykes-Picot -akkoord, waarmee ze het Midden-Oosten onder elkaar verdeelden.
Frankrijk kreeg Syrië en Libanon, Groot- Brittanië kreeg Egypte, Jordanië, Irak, het Arabische schiereiland en Palestina.

Nog een jaar later, namelijk in 1917, beloofde de Britse minister Lord Balfour in een naar hem genoemde verklaring, de Balfour Declaration, dat Groot-Brittanië de zionisten zou helpen bij de stichting van een 'joods nationaal tehuis in Palestina'.

Vanaf 1920 namen de Britten de facto het bestuur van Palestina over van de Ottomanen.
In 1922 kregen ze ook een officieel mandaat van de Volkenbond "om de lokale bevolking langzaam voor te bereiden op de onafhankelijkheid".
Daar zou niks van terechtkomen.


De Britten steunden massaal de zionistische immigratie.


n de twintig jaar tussen 1920 en 1939 zouden de zionisten meer land verwerven dan in de veertig jaar voor de Eerste Wereldoorlog.


Waarom was Palestina zo belangrijk voor de Britten?


Het land vormt een draaischijf tussen drie continenten (Europa, Azië en Afrika) en het ligt dicht bij het Suezkanaal (de korste en meest strategische weg naar Brits- Indië).
Maar vooral : Palestina beheerste via de pijpleiding die in Haifa uitmondde, de olietoevoervanuit Irak.


De Iraaks oliereserves waren immers al in 1900 bekend.


In 1912 werd de 'Turkisch petroleum Compagny' opgericht. Die naam is misleidend : 25% van het kapitaal was van een Deutsche Bank, 22,5% was van Royal Shell en 47,5% van de National Bank of Turkey die eigenlijk een Britse bank was. Eveneens vanwege de olie hadden de Britten in 1913 al Koeweit als onafhankelijke entiteit gecreëerd. Voordien was dat een emiraat onder Ottomaanse soevereiniteit geweest.

De Palestijnen verzetten zich zowel tegen het Britse mandaat als tegen de zionistische kolonisatie. In 1918 richten ze in Jeruzalem de Unie van Islamitisch-Christelijke Verenigingen op. Aan de vredesconferentie in Parijs, die bezig was de wereld te herverdelen na de Eerste Wereldoorlog, stuurden ze de volgende boodschap:

"Alle inwoners van Palestina, te weten van de provincies Jeruzalem, Nabloes en Akka, moslims en christenen, hebben zich gegroepeerd in een vereniging en hebben ook hun vertegenwoordigers gekozen. Die zijn in Jeruzalem bijeengekomen om te overleggen wat de beste bestuursvorm voor Palestina is.
Zij beslisten om aan U, Vredesconferentie, een dringend protest te richten tegen het project om ons vaderland als een nationaal tehuis aan de zionisten te schenken en het door hen te laten koloniseren. Wij verzetten ons krachtdadig tegen deze beslissing, die zonder ons medeweten en zonder onze toestemming is getroffen".

In 1925 werd in Nabloes de Palestijnse Volkspartij (Hizb al Ahali) gesticht. De Palestijnen richtten ook een eigen nationale vertegenwoordiging op, het Palestijns Nationaal Congres (PNC), dat in radicale bewoordingen het mandaat en de zionistische kolonisatie verwierp en de Arabische natie op riep om Palestina Arabisch te houden.

Het mocht niet baten. Al in 1920 erkenden de Britten de facto een 'Joods Agentschap', en vaardigden ze wetten uit die de verwerving van land door de zionisten moest vergemakkelijken.
Zo bepaalde de Mawat Land Ordinance (1920) bijvoorbeeld dat al wie zijn grond drie jaar na elkaar niet bewerkt had, er elk eigendomsrecht op verloor.
Voor nogal wat Palestijnen was dat het geval omdat zij door de oorlogsomstandigheden niet ter plekke waren of niet in staat waren geweest al hun grond te bewerken.
Het 'Joods Nationaal Fonds' profiteerde van de nieuwe wetten om systematisch gronden op te kopen. Tegen 1929 was al 1000 vierkante kilometer in handen van de zionisten, op een totaal van 27.000 vierkante meter.

Uit: Gaza. Geschiedenis van de Palestijnse tragedie, Lucas Catherine & Charles Ducal. Uitgeverij EPO, 2009 ISBN 978 90 6445 133 1. Paperback 168 pagina's € 15,00
Info en bestelling www.epo.be
De opbrengst van dit boek gaat naar de Palestijnse ngo UHWC en naar het AlAwda ziekenhuis (info: www.intal.be)

terug