De Palestijnen voelen zich gegijzeld door de kolonisten.
Het overgrote deel van de Israëlis in niet echt geinteresseerd in de bezette gebieden, maar de Palestijnen worden gegijzeld door de kolonisten die voldoende politieke macht hebben om elke poging te frustreren om ze terug te trekken.
En zolang als ze daar blijven, kunnen de Palestijnen onmogelijk vrede sluiten.
Er bestaan twee soorten kolonisten.
De ideologische kolonisten die overtuigd zijn dat de bezette gebieden door God aan het joodse volk zijn beloofd.
Zij vinden dat op elke plek die in de bijbel vermeld wordt, zij niet alleen het recht, maar ook de goddelijke plicht hebben
er een moderne joodse nederzetting te bouwen.
Zij menen zelfs het recht te hebben om het verzet van Palestijnen, die op die plek wonen, en het er niet mee eens zijn te worden verdreven, met geweld te breken of de hulp van het leger in te roepen.
Tot de andere soort, die de meerderheid uitmaakt van de kolonisten, behoren in feite gewone Israeliërs, die er heen gingen eenvoudig weg, omdat de overheid hen een goedkope huisvestiging had aangeboden.
Wanneer iemand zich in een kolonie vestigt, ontvangt hij een lening van de overheid.
Als die persoon daar tien jaar blijft wonen, dan wordt de lening een gift.
De joodse kolonisten maken slechts 10% van de bevolking van de Westelijke Jordaanoever.
Desondanks genieten zij ongekende voorrechten ten koste van de oorspronkelijke Palestijnse bevolking.