Het echte begin van het conflict

Toestroom van Joodse immigranten

Nakba en het onstaan van Israël

De eerste Intifada

De zogenaamde Oslo-akkoorden

De tweede Intifada

Sinds de Oslo akkoorden van 1993-1995 kregen de Palestijnen autonomie in een aantal zones van de Westelijke Jordaanoever.

In Zone A, de grote Palestijnse steden, kreeg de nieuwe Palestijnse Autoriteit autonomie over veiligheid en civiele aangelegenheden.

In Zone B moet de Palestijnse Autoriteit de bevoegdheid over veiligheid delen met het Israëlische leger.

In Zone C, 60% van de Westelijke Jordaanoever met 70000 Palestijnse inwoners, behield Israël de volledige controle over veiligheid en ruimtelijke ordening. 

Dat is niet toevallig.
De Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever draait voor een groot deel om de ordening van de ruimte.
De beschikbare ruimte wordt aangepast aan de noden van de illegaal aanwezige Israëlische kolonisten en op die manier onherkenbaar veranderd:
om de territoriale continuïteit te verzekeren tussen Israël en de nederzettingen, soms diep in de Westelijke Jordaanoever gelegen, moet de territoriale continuïteit tussen Palestijnse dorpen en steden worden verbroken.

Een bezettingsmacht kan nochtans het fysieke karakter van het bezet gebied niet veranderen, tenzij dit gebeurt ten behoeve van de lokale bevolking..Dat dit niet het geval is, blijkt al voldoende uit de wegwijzers in het wegennet in de Westelijke Jordaanoever.
Overal staan de Israëlische nederzettingen duidelijk aangeduid, maar nergens is enig spoor te bekennen van wegwijzers naar de tientallen Palestijnse dorpen en kleinere steden, die langs de hoofdwegen in Zone C gelegen zijn.

Op drie manieren grijpt Israël in de ruimtelijke ordening van de bezette Westelijke Jordaanoeverin en dit gebeurt duidelijk ten koste van de lokale bevolking

1) door de bouw van civiele, exclusief Israëlische nederzettingen (en bijbehorende kolonistenwegen);

2) door de transfer van eigen burgerbevolking naar die nederzettingen;

3) door de vernietiging van Palestijnse infrastructuur in de zone waar de nederzettingen gelegen zijn en de bouw van een infrastructuur om de Palestijnse bewegingsvrijheid te controleren.

 

 

De zogenaamde Oslo-akkoorden


het vredesproces van OsloHet vredesproces van Oslo begon officieel met de handdruk in de tuin van het Witte Huis.

De belangrijkste misvatting is te denken dat de Oslojaren jaren van vrede waren.

In die periode, toen het de bedoeling was dat zich een vredesproces zou ontwikkellen, werd feitelijk het leven van de Palestijnen overal in de bezette gebieden alsmaar slechter.

In werkelijkheid was hier sprake van een nieuwe soort Israëlische overheersing over de Palestijnen.

Hun economische en sociale rechten, zoals het recht op gezondheidszorg, onderwijs, werk waren juist de domeinen die het meest verslechterden voor het merendeel van de Palestijnen (zo goed als alle Palestijnen).

Bovendien bleven gedurende de hele periode de Israëlische nederzettingen zich uitbreiden.

De Israëlische nederzettingen verdubbelden zich in oppervlakte en in bevolkingsomvang.
Het aantal joodse kolonisten groeide van 200.000 tot 400.000.

Tegelijk met de uitbreiding van de Israëlische controle werd de Palestijnse autoriteit een schijnmacht toebedeeld over het steeds kleinere en verbrokkelde gebied dat werd voorgehouden als de toekomstige Palestijnse staat.

Palestina, zone A, B, C

Voor de Palestijnse autoriteit zijn de bestuurszaken buitengewoon ingewikkeld.

Ze is een autoriteit met bar weinig autoriteit.

Ze heeft slechts de macht die haar toebedeeld is door Israël en die haar op elk moment ontnomen kan worden.

Het was erg gemakkelijk te veronderstellen dat er helemaal geen bezetting bestond, dat de bezetting afgelopen was.

Hoe konden de Palestijnen zich bevrijd voelen, terwijl ze omsingeld werden door een leger?

De Palestijnse officials spraken zeer verheugd over de situatie, maar ze verzwegen dat voor het gros van de bevolking deze jaren een ramp waren.

Al die mishandelingen, die schendingen van het vertrouwen van het volk vonden vanaf de aanvang van het vredesproces van Oslo regelmatig plaats.

Palestijnen, die protesteerden tegen Oslo, werden bestempeld als terroristen.

Al wat de autoriteiten van Palestina mochten doen was toezicht houden op de Palestijnen en voorkomen dat ze in verzet kwamen tegen de aanhoudende bezetting.

De ontoereikendheid van de PLO om leiding te geven aan de Palestijnse autoriteit en haar falen om te onderhandelen met Israël hebben de steun voor de leiding sterk verminderd.

Daardoor kon Hamas, die wel de nederzettingen en de diefstal van land aan de kaak stelde, meer en meer op de sympathie van het volk rekenen.

Het is Israël duidelijk gelukt om tweedracht te zaaien en de Palestijnen te verdelen.

De PLO regering werd weggestemd ten gunste van Hamas.

Hamas wordt door velen gezien als een terroristische organisatie en wordt als zodanig niet erkend als gesprekspartner.

Terwijl de media de wereld voorhield dat het vredesproces vorderingen maakte, zette Israël zijn beleid van huisvorderingen voort.

Vanaf 1967 heeft Israel rond de 12000 Palestijnse huizen verwoest.
Meer dan 740 hiervan gingen tijdens het vredesproces van Oslo tegen de vlakte.

Het is toch een redelijke van de kant van de Palestijnen dat men gedurende de onderhandelingen niet steeds meer land overdraagt aan Israëlische kolonisten en dat de hoedanigheid van het land, waarover verondersteld wordt te onderhandelen, aangetast wordt.

De suggestie dat er hierover onderhandeld kan worden klinkt niet oprecht in de oren van een Palestijn, die moet leven naast die nederzettingen, die voortdurend aan het uitbreiden zijn.

Weet je wat dat uitbreiden betekent?
Het betekent dat er nog meer land gestolen wordt.

Israëli Commitee Against House Demolition

Menu

De tweede Intifada