Hoe Arabisch was Palestina


Op het einde van de 19de eeuw maakte Palestina deel uit van het Ottomaanse rijk.
De overgrote meerderheid van de bevolking  (98%) was Arabisch en in hoofdzaak moslim.
De christenen vormden de belangrijkste minderheid; vooral in de streek rond Nazareth en Bethlehem.
Slechts 2% van de bevolking was joods en daarvan oefende maar 15% een beroep uit.
De Arabische bevolking was hoofdzakelijk ruraal.
Belangrijkste steden waren; Jeruzalem, Nabloes en de havensteden Haifa, Jaffa, Akka.

Het land voerde heel wat producten uit.

Vanuit Jaffa werden zeep, olijfolie, fruit en groenten geëxporteerd naar Egypte.
Sesamzaad, olijfolie, granen en katoen naar Frankrijk. Gerst naar Groot-Brittannië.
Ook Syrië, Griekenland, Italië en Malta ontvingen producten die vanuit Jaffa verscheept werden.
Vanuit Haifa en Akka voerden de Palestijnen uit naar Libanon (gerst) en naar Frankrijk (sesam, gerst, gierst, katoen).

In Europa stond Palestina vooral bekend om zijn sinaasappelen.

In 1873 waren er in en rond Jaffa  420 sinaasappelplantages met een jaarlijkse productie  van 33,3 miljoen stuks.
Toen vanaf 1900 de zionistische kolonisatie op gang kwam, gingen de kolonisten in deze zeer lucratieve citrusbranche investeren.
Onttronen deden ze de Palestijnen echter nog niet.
Tussen 1922 en 1935 verzesvoudigden ze de oppervlakte waarop zij de sinaasappelen kweekten.
Pas na de oorlog van 1948, toen de Israëli's het land overnamen, monopoliseerden de kolonisten de sinaasappelcultuur.

Uit: Gaza. Geschiedenis van de Palestijnse tragedie, Lucas Catherine & Charles Ducal. Uitgeverij EPO, 2009 ISBN 978 90 6445 133 1. Paperback 168 pagina's € 15,00
Info en bestelling www.epo.be
De opbrengst van dit boek gaat naar de Palestijnse ngo UHWC en naar het AlAwda ziekenhuis (info: www.intal.be)

terug