Palestijnse vluchtelingenkampen

In 1948 werden de vluchtelingenkampen opgericht om de verdreven Palestijnen op te vangen. Niet minder dan 1 miljoen Palestijnen werden toen uit hun dorpen verdreven naar kampen in Libannon, de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.
De vluchtelingen organisatie van de VN (UNRWA- the United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees) richtte de kampen op en staat in voor het bestuur van deze kampen. Zij hebben de zorg over 4 miljoen vluchtelingen in de kampen.
Wereldwijd zijn 5,5 miljoen Palestijnen hun land ontvlucht.
In buurlanden leven de vluchtelingen onder verschillende statuten.
In Jordanië hebben de Palestijnen het staatsburgerschap, in Syrië kunnen ze de nationaliteit niet verkrijgen en niet deelnemen aan de verkiezingen en in Libanon hebben zij het statuut van permanente niet-inwoner en zeer weinig rechten.

Velen dachten toen snel naar hun dorp te kunnen terugkeren. Zestig jaar later verblijven zij er nog steeds. De tenten zijn ondertussen vervangen door vaste huizen. Momenteel zijn de mensen die in een vluchtelingenkamp wonen er ook geboren.
Bij de Intifada's werden de vluchtelingenkampen als haarden van verzet beschouwd. Zij kregen het dan ook zeer hard te verduren door de Israëlische raids.
Na de oprichting van de PLO werd er een departement vluchtelingenkampen opgericht. In de kampen ontstonden volkscomités. Deze werden opgericht om de politieke aandacht te blijven vestigen op het recht op terugkeer van alle vluchtelingen. Bij de verschillende vredesonderhandelingen is het recht op terugkeer een steeds weerkerend struikelblok.